Europese chiponderzoekprogramma's convergeren
5 december 2008
Op het European Nanoelectronics Forum 2008 afgelopen dinsdag en woensdag in Parijs domineerden gevoelens van bezorgdheid en urgentie. Organisatoren Medea+, Catrene en Eniac JTI/Aeneas (allen onderzoeksprogramma’s of een daaraan gelieerde organisatie) deden een dringende oproep een pan-Europees industrieel halfgeleiderbeleid te creëren. Behalve financiële ondersteuning van researchactiviteiten moet dat beleid er ook toe leiden dat Europese bedrijven onder gelijkwaardige omstandigheden hun activiteiten kunnen ontplooien als hun concurrenten in Azië en de Verenigde Staten. Alleen dan blijft Europa competitief in deze economisch en strategisch belangrijke sector, zo luidde de boodschap, die werd uitgesproken ten overstaan van menig Europees gedelegeerde.
Het is voor het eerst dat de vier Europese actoren in de IC-research gezamenlijk confereerden. Vorig jaar nog nam Catrene op een aparte bijeenkomst in Boedapest het stokje over van Medea+ als exclusief onderzoeksprogramma door individuele lidstaten en projectpartners voor projecten die dicht tegen de markt aan staan. De European Nanoelectronics Initiative Advisory Council Eniac Joint Technology Initiatives (Eniac JTI’s) werden een dag later aangekondigd, zij het onder voorbehoud van goedkeuring door de Europese instanties.
Zes landen, waaronder België en Nederland, nemen 94 procent van de Medea+-projecten voor hun rekening. Nederland is per hoofd van de bevolking de grootste deelnemer. Officieel heeft Catrene het stokje overgenomen, maar lopende projecten worden onder de Medea+-vlag afgerond.
Eniac JTI richt zich op onderzoek met doelstellingen op een iets langere termijn, maar wel met een industriële focus. Tenders gaan themagewijs de deur uit op basis van een regelmatig geüpdate Strategic Research Agenda. De projecten krijgen net als Catrene ongeveer vijftig procent publieke ondersteuning, maar een nieuw element is dat de Europese Commissie een derde van die helft voor zijn rekening neemt. Leggen de lidstaten geld op tafel, dan doet de Europese commissie boter bij de vis.
Uit het reilen en zeilen van Eniac JTI het afgelopen jaar blijkt dat de Europese autoriteiten het gevoel van urgentie in ieder geval op R&D-vlak delen met de industrie. Nooit eerder werd een voorstel zo snel langs de instanties gejaagd. Daardoor kon het initiatief met een maximum budget van 3 miljard euro (publiek en privaat samen) al in mei een tender uit doen gaan en zijn inmiddels acht projecten gehonoreerd. Catrene is overigens goed voor zes miljard euro en heeft elf projecten lopen.
In de Eniac-projecten worden de industrie en kennisinstellingen vertegenwoordigd door de Association for European Nanoelectronics Activities (Aeneas). Deze instantie kent een Nederlands tintje door de recente benoeming van Philips- en NXP-veteraan Marcel Annergarn als directeur-generaal. En al mag het nog niet met zoveel woorden gezegd worden, maar het is vrijwel zeker dat CTO René Penning de Vries van NXP het roulerende Aeneas-presidentschap op zich zal nemen. ST-topman Alain Dutheil houdt dat stoeltje voor hem warm.
Het is een veel geopperde mogelijkheid dat Catrene en Eniac op den duur samengaan, maar de leiding van de onderzoeksprogramma’s durft zich daar niet aan te committeren. Beleidsmakers willen eerst de effectiviteit van de twee verschillende opzetten evalueren. Geld is geen issue: de Europese Unie zou bereid zijn de budgetten voor Catrene, Eniac JTI of opvolger(s) substantieel te verhogen, zo bevestigen beleidsmakers en ingewijden van de industrie informeel op de conferentie.
In Bits&Chips 20 2008 vindt u een uitgebreid interview met Marcel Annergarn.
Paul van Gerven
Terug naar overzicht