Solliance
24 juni 2010
De interesse van de industrie in zonne-energie is eigenlijk te laat, liet Eukep-denktank-voorzitter Henk de Vries zich vijftien maanden geleden al ontvallen op een event dat juist bedoeld was om de Nederlandse hightech aan te sporen aansluiting te zoeken bij de solarmarkt. Sindsdien is er niet niets gebeurd, maar het is fair om te zeggen dat het tot deze zomer heeft geduurd voordat er een initiatief met onverholen ambitie aan het licht is gekomen. Ik ben er echter nog niet van overtuigd dat hiermee eindelijk kiem is gelegd voor de grootschalige solarbedrijvigheid waarop ik – en velen met mij – had gehoopt.
Ik heb het over Solliance, een krachtenbundeling op initiatief van ECN, Holst Centre, TNO en de TU Eindhoven. De vier onderzoeksinstellingen willen expertise en kennis – te beginnen met hun eigen - uit de driehoek Eindhoven-Leuven-Aken afstemmen en combineren met de bedoeling deze regio op de kaart te zetten als wereldspeler in de zonne-energie. Op 1 juni werd de geboorte van Solliance officieus wereldkundig gemaakt aan een select gezelschap; de echte aftrap is waarschijnlijk pas dit najaar. Tot die tijd mag de industrie meedenken met de uitwerking van het initiatief en worden er ijverig nieuwe partners geworven. Contacten met Imec en de RWTH Aken zijn al gelegd.
Het is hoog tijd dat het fraaie en uitgestrekte maar versnipperde Nederlandse PV-onderzoekslandschap onder één paraplu wordt gebracht – dat is hoe dan ook de winst van Solliance. Het getuigt daarnaast van visie om noch Brabants noch Nederlands te denken, maar zoveel mogelijk topexpertise binnen en net over de landsgrenzen erbij te betrekken. Wie de concurrentie aan wil met Dresden in het oosten en Grenoble in het zuiden, waar de Fransen as we speak aan een vergelijkbaar plan werken, kan zich geen provincialisme veroorloven.
Deze positieve noten ten spijt, inzetten op onderzoek alleen vind ik te mager. De initiatiefnemers (op het nog jonge Holst Centre na) hebben hun sporen wel verdiend wat betreft technologie-overdracht naar de markt, maar het blijven publieke onderzoeksinstellingen. Zij kunnen essentiële basisvoorwaarden voor nieuwe business scheppen door kennis, goed opgeleide arbeidskrachten en soepele netwerken te faciliteren, maar daar houdt hun mandaat en expertise op. Daarna moet de lokale markt het oppakken, of regio’s elders ter wereld plukken van ‘onze’ R&D. Dat gebeurt al met ‘die andere’ halfgeleiders: TSMC profiteert ruimschoots van uitstekend, niet zelden met EU-geld ondersteund Europees chiponderzoek.
Zorgelijk is dan ook de wat lauwe reactie op 1 juni, daar in dat warme zaaltje op de High Tech Campus. Genodigd spreker Paul Breddels (CEO van Roth & Rau/OTB) toonde zich beslist niet negatief, maar benadrukte dat ondernemers niet al te ver vooruit kunnen kijken. Voorlopig is het nog kristallijn silicium wat de klok slaat, maar juist op dat onderwerp bleef het stil die dag en haakten de reeds in solar actieve ondernemers dus af. De rest liet zich geďnteresseerd informeren over plannen met drie verschillende dunnefilmvarianten (CIGS, silicium en organisch), gebouwgeďntegreerde PV en smart grids, maar je hoorde ze denken: leuk, maar wie gaat dat betalen? Dat zullen dan wel weer de overheden moeten worden.
Aldus moet het echte werk voor Solliance nog beginnen. Het samenwerkingsverband heeft beslist potentie, maar ik schort mijn oordeel op tot de financiering rond is. Die komt tenslotte pas tot stand wanneer de industrie zich erachter heeft geschaard. Er liggen Essent-euro’s klaar bij de provincie, die redelijkerwijs geďnvesteerd moeten worden in een nieuw energieproject, maar zonder industrieel commitment gaan die toch echt ergens anders heen – en terecht.
Paul van Gerven
Terug naar overzicht