Nederlandse kenniseconomie: hoe blijven we aan de top?
23 juli 2010
In Bits&Chips 6 van 2010 maakt Paul van Gerven zich zorgen dat Nederland uit de top tien van meest innovatieve economieën dreigt te vallen. Ik deel die zorg en ook de kanttekening dat de oplossing van dat probleem niet in beleid uit Den Haag schuilt maar in een cultuuromslag. Zelfs het Innovatieplatform heeft niet voor een ommekeer kunnen zorgen in de afkalvende prioriteit voor innovatie, kennis en onderwijs in onze Nederlandse cultuur.
Innovatie is iets anders dan research. Een innovatie is geen uitvinding. Een ontdekking die nooit een laboratorium uitkomt, blijft een uitvinding. Pas als een uitvinding in productie wordt genomen en waarde voor de organisatie toevoegt, kun je het een innovatie noemen.
Dergelijke ontdekkingen, die leiden tot innovatie, laten zich niet echt sturen door overheidsbeleid (ook niet door een selectief industriebeleid). Misschien hadden we beter een Onderwijsplatform kunnen hebben dan een Innovatieplatform. De overheid kan slechts randvoorwaarden scheppen en die moeten we misschien beperken tot beter onderwijs. Het is net als met onze nationale voetbalclubs, die ook dreigen internationaal de aansluiting te verliezen. Daar is maar één oplossing: de jeugdopleiding van die clubs moet verbeteren. Dus investeren in opleidingen zodat we de concurrentie straks weer aankunnen.
Innovatie is een taak die ondernemers op zich moeten nemen. Mensenwerk, vuile handen. Wie wil oogsten, zal niet bezuinigen op zijn zaaigoed. Je gelooft erin en gaat ervoor, of niet. Nu moet je wel lef hebben om in het huidige tijdsgewricht ergens voor te gaan. Na de financiële crisis kregen we een bankencrisis en dit jaar lijkt er zelfs een landencrisis op komst in de Europese Unie. Maar juist in economisch zwakke tijden moet worden ingezet op innovatie. Een indrukwekkend voorbeeld daarvan is en blijft ASML. In de afgelopen twee jaar zakte de omzet van die onderneming tot bijna een kwart van die uit 2007. Maar de Veldhovenaren schroefden hun ontwikkelbudgetten slechts marginaal terug. En in 2010 is het resultaat van die strategie al zichtbaar. ASML behoort tot de meest kansrijke spelers van dit moment.
Innoveren vraagt om investeringen, óók bij economische tegenwind. Je moet daar natuurlijk wel geld voor hebben en dus moet je terug naar het aloude principe van een appeltje voor de dorst. In tijden van economische hoogconjunctuur moeten we weer leren om geld te reserveren voor de slappe tijden. Onder de tucht van de financiële beurzen hebben we de afgelopen jaren misschien te veel kortetermijndoelen nagestreefd en winsten uitgekeerd.
Wat mij betreft, wordt value creation weer onze belangrijkste drijfveer, in plaats van shareholder value. Niet alleen de tevredenheid van de aandeelhouder, maar vooral de toegevoegde waarde die je klanten kunt leveren als doelstelling kiezen. Dat vraagt permanente innovatie waarmee we de weg terug naar de internationale top weer kunnen vinden.
Aad Vredenbregt
Terug naar overzicht