It’s the culture, stupid
26 mei 2010
Als u een slag in de lucht zou moeten doen, waar in de lijst van landen die R&D fiscaal het meest gunstig behandelen zou u Nederland zetten? Ik had het op een lage middenmoter gehouden, denk ik. Uit een onderzoek van accountant- en adviesbureau KPMG blijkt echter alleen Australië het beter te doen. Althans, als je alleen landen meetelt op een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau: onze directe Westerse concurrenten, zeg maar. Uit hetzelfde onderzoek blijkt Nederland voor niet-financiële bedrijven fiscaal gezien het beste vestigingsklimaat van Europa te hebben en het op twee na beste ter wereld.
Deze belangrijke financiële randvoorwaarden ten spijt dreigt Nederland uit de top tien meest innovatieve economieën te kukelen. Akkoord, het laatste zetje van plaats acht naar tien kwam door aantasting van de bankensector en daarmee de toegang tot kapitaal, maar al jaren achterblijvende R&D-investeringen wijzen erop dat het Nederlandse kennisintensieve bedrijfsleven overduidelijk geen gebruik heeft willen maken van zijn bevoorrechte positie. Buitenlandse companies verdringen zich trouwens ook niet om zich hier te vestigen, maar dat zou een pr-kwestie kunnen zijn. Nederland en lage belastingdruk worden tenslotte niet vaak in een mond genoemd.
Voordat het onlangs kopje onder ging, wist het Innovatieplatform nog net zijn afgestofte oplossing op tafel te gooien: het selectieve industriebeleid. Het concept vindt gehoor in politiek Den Haag, maar mij lijkt de strijd beslist nog niet gestreden (zie pagina 6). Er zal een scheidslijn ontstaan tussen hen die geen heil zien in overheidsgestuurde innovatie (want innovatie laat zich per definitie niet sturen) en hen die daar wonderen van verwachten (want Singapore kan het ook).
Zonder nu direct partij te willen kiezen, denk ik dat het goed is om een aantal zaken aan te stippen om de discussie richting te geven – een discussie waarvan de uitkomst het hopelijk tot in het regeerakkoord schopt. Ten eerste: Singapore heeft een slagvaardige dictatuur die het land aan de haren de jungle uit heeft getrokken en nog weet wat het is om niet alles te hebben wat het Westen heeft. Nederland is daarentegen een vastgepolderde democratie die alles wil houden wat het heeft. Volgens mij loopt elke vergelijking tussen deze twee landen spaak, of het moet zijn dat ze allebei klein zijn.
Ten tweede zal een selectiever industriebeleid waarschijnlijk uitlopen op nog meer steun voor de multinationals - die overigens verdacht goed vertegenwoordigd waren in het Innovatieplatform. Nu is alles beter dan onze grote jongens te laten verroesten in handen van buitenlandse financiële instellingen, maar over hun netto-effect op het Nederlandse innovatievermogen bestaan gerede twijfels. Ze worden er niet zelden van beschuldigd ontwikkelingen de kop in te drukken die niet in hun straatje passen. Waar of niet, met het KPMG-rapport in de hand valt moeilijk uit te leggen waarom onze voortdurend in het buitenland uitbreidende multinationals nog meer staatssteun zouden moeten krijgen. Dat gezegd hebbende, bewijs dat innovatie bij uitstek een mkb-kwestie is, heb ik nooit gezien, ook al wordt dat tegenwoordig alom voor waar gehouden.
Bovenal denk ik echter dat oplossing van het probleem niet primair in geld of beleid uit Den Haag schuilt, maar in cultuur. Een snelle blik op de verkiezingsprogramma’s leert weliswaar dat die zonder uitzondering een heldere visie op innovatiegebied ontberen, maar is dat zo vreemd? Een volk krijgt de leiders die het verdient. De interesse voor een ‘moeilijk’ beroep is al jaren tanende. Waarom voor techneut studeren als je zijn baas kunt worden? Pas nu er niet genoeg techneuten meer dreigen te komen om de baas over te spelen, schrikt men wakker.
Paul van Gerven
Terug naar overzicht