Plasterks honderd miljoen
10 maart 2010
Begin 2007. Na weken van moeizame kabinetsonderhandelingen ging er plotseling een schokgolf door academisch Nederland. Met name de bètahoek stond te juichen. Ronald Plasterk was gearriveerd. Na jaren van pennenlikkers stond er ineens een heuse wetenschapper aan het roer van het onderzoeksbeleid. En wat voor een: een Spinoza-winnaar. Iemand uit de absolute top van het Nederlandse onderzoek. Hij zou wel weten wat het wetenschappelijke onderzoek - en onderwijs - nodig had. Plasterk kocht een hoed en ging aan de slag.
Twee jaar later baalt menig instelling stevig van de politicus geworden wetenschapper. Het enige wapenfeit op onderzoeksbeleid is dat hij kort na zijn aantreden honderd miljoen euro uit het huishoudpotje van de universiteiten haalde en in de subsidiekas van de NWO stopte. Via een nationale competitie onderzoeksvoorstellen schrijven deelt deze organisatie het geld weer uit aan wetenschappers. Dat zal de excellentie in het onderzoek wel goed doen, dacht Plasterk, en hij richtte zich snel op de publieke omroep en het voorzitten van de Taalunie. De academische wereld schrok zich rot. De komende jaren vloeit een steeds groter deel van de honderd miljoen naar de NWO.
De maatregel heeft niet goed uitgepakt voor de drie TU’s, blijkt nu. Het Hoger Onderwijs Persbureau (HOP) becijferde dat zowel Delft, Eindhoven als Twente afgelopen jaren netto miljoenen moesten inleveren door de overheveling, ten bate van Utrecht, Amsterdam en Leiden. En dat terwijl het ministerie ook al kort op het paradepaardje van de technische universiteiten, de 3TU-federatie.
Plasterks honderd miljoen ging naar de Vernieuwingsimpuls, een persoonsgebonden subsidie voor beginnende wetenschappers (Veni), ervaren onderzoekers (Vidi) en doorgewinterde academici (Vici). De TU’s vonden de overheveling in het begin al niks. Het geld kan alleen nog maar projectmatig worden ingezet en niet meer voor het onderhoud van een proefreactor of cleanroom. Juist voor technisch onderzoek zijn dergelijke grote faciliteiten belangrijk.
De Vernieuwingsimpuls is lang niet de enige subsidie. In de Kenniswerkersregeling mogen juist de TU’s zich rijk rekenen. De NWO stelt dan ook dat ze heel aardig meekomen als je alle subsidies bij elkaar optelt. Maar toch, de overheveling is een flinke aderlating.
Ook CDA en SP wilden weten hoe dat zit. Volgens Plasterk is verschuiving van het onderzoeksgeld echter precies de bedoeling. Misschien dat de TU’s zich gewoon niet zo richten op deze subsidiepot, verweerde hij zich. ‘En anders dienen ze wellicht gewoon niet zulke goede voorstellen in als de andere universiteiten’, liet hij de Tweede Kamer weten.
Dat schoot natuurlijk totaal in het verkeerde keelgat bij de TU’s. Met name de Eindhovense rector Hans van Duijn reageerde furieus. De impactscore van alle drie de TU’s ligt boven het landelijk gemiddelde, dus wat bedoelt de minister met onderzoek van lage kwaliteit? Volgens Van Duijn is de NWO te veel gericht op fundamenteel onderzoek, waardoor de technische en construerende wetenschappen naast de pot grijpen. En dat terwijl de instelling maatschappelijke toepassing vanaf 2009 juist sterker meetelt, aldus Plasterk.
Leidt de Vernieuwingsimpuls echt aan onderzoeksfundamentalisme? De toekenningen lopen per jaar nogal uiteen, maar het zijn doorgaans vooral Utrecht, Rotterdam en de Universiteit van Amsterdam samen met hun academische ziekenhuizen die scoren. De TU’s zijn de hekkensluiters, samen met Wageningen. Dat laatste is interessant, want ook daar ligt de focus in grote mate op praktijkgericht onderzoek. Van Duijn lijkt dus raak te hebben geschoten.
Juist de TU’s hebben echter een unieke kans om een geldbron aan te boren waar fundamenteel onderzoek lastig bij kan: het bedrijfsleven. Plasterk zou er goed aan doen om de universiteiten met raad en daad bij te staan in de ontwikkeling van deze ‘vierde geldstroom’. Helaas, ook dat ziet er niet in. De Smartmix-subsidie, die precies bedoeld was voor samenwerking tussen academia en bedrijfsleven, heeft de minister ook de nek omgedraaid. Voor de Vernieuwingsimpuls.
Pieter Edelman
Terug naar overzicht