Bits&Chips

Masterplan Dimes

Auteur: Joachim Burghartz
10 augustus 2012 

De column ‘Red Dimes’ van Paul van Gerven heeft mij verrast. Ik had wel iets gehoord van oud-collega’s die ik op conferenties tegen ben gekomen, maar kende niet alle details. In het stuk was te lezen dat de universitaire steun voor Dimes binnen vijf jaar van vier miljoen euro naar nul zakt en dat het instituut zelfstandig extra middelen moet werven bij de industrie. Ook moeten de onderzoeksgroepen zelf voor procestechnologie gaan betalen.

Als je de feiten op een rij zet, krijg je de indruk dat er van meet af aan een masterplan bestond om Dimes te begraven. Eerst werd het nano-onderzoek afgesplitst van de microactiviteiten, en vervolgens een streep gezet door de basisfinanciering van Dimes. Nu er consultants worden aangetrokken en de leiding van de universiteit zich niet persoonlijk met de toekomst van het instituut bemoeit, lijkt het lot van Dimes bezegeld. Alleen met veel goede wil en een doortimmerd plan kan een ondergang nog worden afgewend.
De problemen van Dimes zitten niet alleen buiten, maar ook binnen het instituut en de betrokken faculteiten. Uit mijn periode als wetenschappelijk directeur in de jaren 2001 tot en met 2004 weet ik dat er enkele zwakke plekken in de organisatie zitten, die de huidige situatie mede hebben mogelijk gemaakt. Ook al is het makkelijk kritiek spuien als je zelf geen deel meer uitmaakt van een organisatie, in de hoop Dimes te helpen voel ik me toch verplicht om deze problemen te benoemen.

Probleem een is dat de belangrijkste positie, die van een echte directeur, nooit heeft bestaan: er was alleen een ‘wetenschappelijk directeur’. De positie van directeur was wellicht opengelaten in vertrouwen op overleg tussen de belangrijke acteurs. Het resultaat was echter strijd en wantrouwen. De wetenschappelijk directeur, en dat was probleem twee, kon bovendien slechts indirect beschikken over de financiële middelen, omdat die werden beheerd door de faculteit EWI.

Probleem drie was dat het Dimes-personeel ondergebracht was in een onderzoeksgroep bij een van de faculteiten en niet bij het instituut zelf. Naar wie gaan deze mensen dan luisteren? Waarschijnlijk naar het hoofd van hun vakgroep die hen beoordeelt. Voor promovendi bestond er een vergelijkbaar probleem: het was niet duidelijk wie verantwoordelijk was voor hun onderzoek en onderwijs, Dimes of de faculteiten.

Probleem vijf ten slotte waren de vele managers die een dubbele rol moesten (of wilden) spelen. In mijn tijd was Jacob Fokkema zowel lid van het college van bestuur van de TU Delft als voorzitter van het bestuur van Dimes. De tweede rol wilde hij echter nooit uitvoeren – citaat: ‘Jullie zoeken het maar uit.’ Hoe kun je dan één lijn trekken binnen het instituut? En Kees Beenakker was zowel hoofd van de vakgroep waartoe de Dimes-technici behoorden, als voorzitter van de EWI-afdeling Micro-elektronica en hoofd van Dimes’ technologiecentrum.

Deze vijf problemen mogen niet worden meegenomen naar de toekomst. Een nieuw Dimes is echter sowieso ten dode opgeschreven zonder basisfinanciering, zoals Paul van Gerven al aanstipte. Doel van een industrieel onderzoekslab is ondersteuning te verlenen aan bedrijven op gebieden waar gaten bestaan in het industriële onderzoekslandschap. Vooral het mkb heeft moeite om eigen onderzoek te doen. Dat kan niet zonder subsidie. 
De beoogde opzet van Dimes is vergelijkbaar met die van de Fraunhofer-instituten in Duitsland. Het Rijk betaalt er een derde van de lopende kosten, een derde wordt verworven bij onderzoeksprogramma’s en een derde wordt verdiend met diensten voor bedrijven. Geld voor investeringen komt voor een groot deel voor rekening van zowel deelstaten als het Rijk.

Als ik me goed herinner, had Dimes rond drie miljoen euro voor personeel en materialen en daarnaast een investeringsbudget van een miljoen euro. Volgens het Fraunhofer-model zou het dus een jaarlijkse basisfinanciering van twee miljoen euro moeten krijgen. Met een lager bedrag lijkt Dimes me niet levensvatbaar.

De column ‘Red Dimes’ van Paul van Gerven heeft mij verrast. Ik had wel iets gehoord van oud-collega’s die ik op conferenties tegen ben gekomen, maar kende niet alle details. In het stuk was te lezen dat de universitaire steun voor Dimes binnen vijf jaar van vier miljoen euro naar nul zakt en dat het instituut zelfstandig extra middelen moet werven bij de industrie. Ook moeten de onderzoeksgroepen zelf voor procestechnologie gaan betalen. Als je de feiten op een rij zet, krijg je de indruk dat er van meet af aan een masterplan bestond om Dimes te begraven. Eerst werd het nano-onderzoek afgesplitst van de microactiviteiten, en vervolgens een streep gezet door de basisfinanciering van Dimes. Nu er consultants worden aangetrokken en de leiding van de universiteit zich niet persoonlijk met de toekomst van het instituut bemoeit, lijkt het lot van Dimes bezegeld. Alleen met veel goede wil en een doortimmerd plan kan een ondergang nog worden afgewend.
De problemen van Dimes zitten niet alleen buiten, maar ook binnen het instituut en de betrokken faculteiten. Uit mijn periode als wetenschappelijk directeur in de jaren 2001 tot en met 2004 weet ik dat er enkele zwakke plekken in de organisatie zitten, die de huidige situatie mede hebben mogelijk gemaakt. Ook al is het makkelijk kritiek spuien als je zelf geen deel meer uitmaakt van een organisatie, in de hoop Dimes te helpen voel ik me toch verplicht om deze problemen te benoemen. Probleem een is dat de belangrijkste positie, die van een echte directeur, nooit heeft bestaan: er was alleen een ‘wetenschappelijk directeur’. De positie van directeur was wellicht opengelaten in vertrouwen op overleg tussen de belangrijke acteurs. Het resultaat was echter strijd en wantrouwen. De wetenschappelijk directeur, en dat was probleem twee, kon bovendien slechts indirect beschikken over de financiële middelen, omdat die werden beheerd door de faculteit EWI. Probleem drie was dat het Dimes-personeel ondergebracht was in een onderzoeksgroep bij een van de faculteiten en niet bij het instituut zelf. Naar wie gaan deze mensen dan luisteren? Waarschijnlijk naar het hoofd van hun vakgroep die hen beoordeelt. Voor promovendi bestond er een vergelijkbaar probleem: het was niet duidelijk wie verantwoordelijk was voor hun onderzoek en onderwijs, Dimes of de faculteiten. Probleem vijf ten slotte waren de vele managers die een dubbele rol moesten (of wilden) spelen. In mijn tijd was Jacob Fokkema zowel lid van het college van bestuur van de TU Delft als voorzitter van het bestuur van Dimes. De tweede rol wilde hij echter nooit uitvoeren – citaat: ‘Jullie zoeken het maar uit.’ Hoe kun je dan één lijn trekken binnen het instituut? En Kees Beenakker was zowel hoofd van de vakgroep waartoe de Dimes-technici behoorden, als voorzitter van de EWI-afdeling Micro-elektronica en hoofd van Dimes’ technologiecentrum. Deze vijf problemen mogen niet worden meegenomen naar de toekomst. Een nieuw Dimes is echter sowieso ten dode opgeschreven zonder basisfinanciering, zoals Paul van Gerven al aanstipte. Doel van een industrieel onderzoekslab is ondersteuning te verlenen aan bedrijven op gebieden waar gaten bestaan in het industriële onderzoekslandschap. Vooral het mkb heeft moeite om eigen onderzoek te doen. Dat kan niet zonder subsidie. 
De beoogde opzet van Dimes is vergelijkbaar met die van de Fraunhofer-instituten in Duitsland. Het Rijk betaalt er een derde van de lopende kosten, een derde wordt verworven bij onderzoeksprogramma’s en een derde wordt verdiend met diensten voor bedrijven. Geld voor investeringen komt voor een groot deel voor rekening van zowel deelstaten als het Rijk. Als ik me goed herinner, had Dimes rond drie miljoen euro voor personeel en materialen en daarnaast een investeringsbudget van een miljoen euro. Volgens het Fraunhofer-model zou het dus een jaarlijkse basisfinanciering van twee miljoen euro moeten krijgen. Met een lager bedrag lijkt Dimes me niet levensvatbaar.

Wilt u het volledige artikel lezen?

Abonneer direct op onze nieuwsbrief

abonneren

Topbanen in hightech

Software engineer

Promexx

Eindhoven

AGENDA

Cooling of electronics

29 mei - 31 mei

Eindhoven

System architect(ing)

17 juni - 21 juni

Eindhoven

Summer school Opto-mechatronics

24 juni - 28 juni

Eindhoven

Bits&Chips Hardware Conference 2013

12 juni

's-Hertogenbosch

Bits&Chips 2013 Embedded Systems

7 november

's-Hertogenbosch

Vul hieronder uw e-mailadres in om u aan te melden voor de digitale nieuwsbrief.


    


Mocht u al geabonneerd zijn en wilt u zich af melden van de nieuwsbrief, klik hier.