Analyse
GCC viert zilveren jubileum
25 jaar geleden bracht Richard Stallman zijn vrije en opensource C-compiler uit. Sindsdien is GCC uitgegroeid tot een kracht van betekenis in de computerindustrie, waarmee vriend en vijand rekening...
25 jaar geleden bracht Richard Stallman zijn vrije en opensource C-compiler uit. Sindsdien is GCC uitgegroeid tot een kracht van betekenis in de computerindustrie, waarmee vriend en vijand rekening...

Met de Open GPS Tracker-app kunnen bezitters van een Android-telefoon hun route opnemen en op een kaart weergeven. Ondertussen hebben meer...
De eerste klap is een daalder waard, weet ook Hans Clevers. In zijn eerste interview sinds bekend was gemaakt dat hij DWDD-president Robbert Dijkgraaf opvolgt bij de KNAW zei de wereldberoemde...
23 april 2007
Assembléon, FEI, FMTC, Océ, Sioux Remote Solutions en de TUE vallen in de prijzen. Verenigd in het Iris-project klopten zij aan bij het Pieken in de Delta-subsidieprogramma en dienden een voorstel in voor machinediagnose op afstand. Het gewaagde project – menig initiatief op dit gebied sneuvelde in het verleden - viel in de smaak bij de beoordelingscommissie en kreeg de hoogste beoordeling in de tender ‘regio zuid-oost’. Het consortium van drie internationaal opererende OEM-bedrijven, twee kennisinstellingen en een embedded-softwarespecialist gaat nu met ruim 1,7 miljoen euro subsidie op zak werken aan de technologische én bedrijfskundige uitdagingen van remote diagnostics.
In 2001 waagde Sioux de sprong in het diepe. Het bedrijf richtte een nieuwe bv op: Sioux Remote Solutions. Tot dan toe hielden de Eindhovenaren zich voornamelijk bezig met dienstverlening op embedded-softwaregebied. Consultancy, detachering en projectmatige ondersteuning, dat soort dingen. In weerwil van deze traditie besloten zij dat hun klanten behoefte hadden aan standaardoplossingen in de remote diagnostics and services. Sioux Remote Solutions ging die ontwikkelen.
Alle begin is moeilijk. ‘Probleemidentificatie op afstand is best uit te leggen’, zegt business development manager Arnoud de Geus van Sioux. ‘Machinebouwers willen op allerlei manieren hun service optimaliseren. Er zijn kosten te besparen, er liggen mogelijkheden om aan klantenbinding te doen en, niet te vergeten, de omzet kan ermee omhoog.’
De Geus probeerde de oplossingen van Sioux Remote Solutions ‘met een technologisch verhaal’ voor het voetlicht te brengen. Dat had niet de gewenste uitwerking. ‘Wij maken complexe software voor complexe materie. We hadden daarom de neiging om dat aan de hand van onze technische innovaties te presenteren. Maar hoe briljant de architectuur ook mag zijn, daar trek je klanten niet mee over de streep. De serviceorganisatie is een belangrijk onderdeel van elke OEM. Die willen onze klanten niet zomaar op de schop nemen.’
Processen die zich het best laten omschrijven als bedrijfskundig, zijn daarom voor remote diagnostics net zo belangrijk als de technologie. ‘Het is een mix van elementen die bepalen of je succesvol bent’, vindt De Geus. ‘Het hiaat tussen oplossingen die weliswaar technisch haalbaar zijn maar die op weerstand stuiten binnen OEM-businessunits is te groot – niet in het minst bij de serviceorganisaties zelf. Naast technologie zijn er ook andere disciplines nodig zoals een businesscasebenadering, businessprocessen, changemanagement, security en hosting. Die competenties kun je maar deels in je eigen bedrijf ontwikkelen. Daartoe heeft Sioux een partnernetwerk ontwikkeld. We realiseerden ons dat er niet alleen technologie maar ook bedrijfskunde moest worden ontwikkeld.’
Aan dat besef dankt het Intelligent Remote Industrial Services-project (Iris-project) zijn bestaan. ‘Sioux zat natuurlijk al langere tijd met verschillende bedrijven aan tafel. Omdat iedere keer hetzelfde verhaal kwam bovendrijven, groeide bij alle partijen het besef dat we alleen met z’n allen de gaten konden overbruggen.’
Drie OEM-bedrijven verbonden hun naam aan het Iris-project: Assembléon, FEI Company en Océ. Om de kennis uit te diepen en de generieke delen te scheiden van de specifieke, is de Technische Universiteit Eindhoven aangetrokken. ‘Assembléon, FEI en Océ mogen allemaal machinebouwers zijn, hun apparaten, bedrijfsmodellen en wensen en dus hun uiteindelijke oplossingen verschillen sterk.’ Daarom gaan Eindhovense wetenschappers de kennis die van algemeen nut is, eruit destilleren. Maar ook zullen ze op software- en systeemniveau bijdragen aan het onderzoek. Een tweede kennisinstelling, het Flanders Mechatronics Technology Center (FMTC), vervult die rol op het gebied van mechatronische innovaties en data-analyse.
Bij de totstandkoming van het Iris-project was ook John Blankendaal van de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij betrokken. Samen met Arthur Leijtens van de zakelijke dienstverlener BO4 zocht hij de consortiumpartners bij elkaar. BO4 schreef de subsidieaanvraag en overzag de aanvraagprocedure. Philips Europartners, ten slotte, nam de administratieve en financiële afwikkelingen voor zijn rekening die bij een subsidieaanvraag komen kijken.
De algemene architectuur van een diagnose-op-afstandimplementatie is eigenlijk eenvoudig. Verschillende onderdelen van een machine – de elektronica, de mechanica en de software – rapporteren hun status via een interface en vervolgens een portal aan de buitenwereld. Daarin schuilt echter het venijn. De Geus: ‘De angst voor veiligheidslekken is groot. Producenten willen niet het risico lopen dat hun productiegegevens op straat komen te liggen. Eigenlijk willen ze zich principieel niet in de keuken laten kijken, zelfs niet door de leveranciers van hun machines.’
‘Inmiddels zijn de softwarebouwstenen voor robuuste en veilige netwerkinfrastructuren met voldoende capaciteit beschikbaar. Maar goede firewalls doen de nervositeit van de producenten voor remote diagnostics niet als sneeuw voor de zon verdwijnen.’ Een goede gewoonte uit de halfgeleiderindustrie biedt uitkomst. ‘De rapportage gaat via een onafhankelijke partij die fungeert als datahost. De leverancier van machines kan wel bij de data, maar heeft er niet volledig de vrije beschikking over.’
Er zijn nog andere hindernissen die machinediagnose op afstand in de weg staan. ‘Het blijft een kwestie van kiezen. Gaat er geld naar het ontwikkelen van nieuwe features of naar het servicebudget? Meestal kiest een OEM voor het eerste.’ De serviceafdeling kan dus niet op de gulle hand van het management rekenen. ‘Daarbij is het bedrijfsonderdeel voor service enig conservatisme niet vreemd. Dat komt omdat ze een belangrijke omzetgenerator zijn. Aandelen van een derde van de omzet zijn geen uitzondering.’ En ten slotte is daar het simpele feit dat iedere extra module in een machine het productieproces kan verstoren. Ook als dat een meetsysteem is.
Je zou er bijna van gaan denken dat Iris de serviceafdeling maar gewoon met rust moet laten. ‘Aan de ene kant krijgt het idee van het aanpassen van het servicemodel de handjes niet op elkaar, aan de andere kant zijn er tóch verschillende motivaties te vinden om veranderingen door te voeren. Die ambivalente houding is men de serviceparadox gaan noemen.’
Een belangrijke motivatie is te vinden in het verruimde internationale spelersveld waarin de drie betrokken OEM’s zich begeven. Hun producten vinden overal ter wereld aftrek. Daar zijn geen servicecentra tegenop te bouwen; dat zou veel te duur zijn. Aan service is met andere woorden wereldwijd behoefte maar de expertise die daarvoor nodig is, ‘concentreert’ zich op een beperkt aantal plekken. Remote diagnostics stellen serviceorganisaties in staat die kloof te overbruggen en kostenbesparingen door te voeren.
Kosten staan ook centraal in de wensen van de klant. Iedere minuut dat een machine niet draait, is verlies. De industriële systemen zijn echter zo complex dat onderhoud on site door een technicus ondoenlijk is geworden. Ter vergelijking: waar zou een automonteur tegenwoordig zijn zonder zijn arsenaal diagnostische apparatuur die de elektronica van een auto doormeet? Ook hier biedt ondersteuning op afstand uitkomst.
Het ligt niet meteen voor de hand, maar zelfs op R&D-vlak kunnen de OEM’s kosten besparen. De Geus en Robbert van Leijssen van Assembléon lichtten dat toe in hun lezing op de laatste editie van het Hightech Mechatronica-event. De subsidie was toen nog niet binnen - de presentatoren noemden het Iris-project met geen woord - maar vooruitlopend op de toekenning waren de partners al sinds juni 2006 aan de slag. De winst op R&D-vlak, betoogden De Geus en Van Leijssen, is te halen in de ontwikkeling wanneer de machines al de deur uit zijn. Via remote services bereiken veel meer data de thuisbasis, waaruit belangrijke informatie te halen valt. Dat vertaalt zich weer naar een snellere ontwikkelingstijd en een kortere time-to-market.
De Geus en Van Leijssen benadrukten in hun presentatie dat diagnose op afstand behalve kostenbesparend ook omzetverhogend kan werken. Het voorkomen van storingen vormt bijvoorbeeld een inherente toegevoegde waarde. In jargon heet het ook wel prognostics of preventive maintenance, oftewel ingrijpen voordat er echt iets stukgaat. De hogere uptime die daaruit voortvloeit, komt de omzet ten goede. Diezelfde data kunnen bovendien worden gebruikt om de prestaties van machines te optimaliseren. Met het bieden van dit soort nieuwe specificaties kunnen marketing- en salesafdelingen de interesse van hun klanten wekken.
Met een tas vol voordelen wist De Geus dat hij sterk stond. Maar hij kende zijn geschiedenislesjes. ‘Veel projecten op dit gebied zijn vroegtijdig gesneuveld. Ik weet dat bijvoorbeeld Océ al vijftien jaar met de materie stoeit.’ Dat betekent omgekeerd dat OEM’s zich best willen laten overtuigen. De vele vergaderingen en gesprekken leverden na verloop van tijd voldoende goodwill en vertrouwen op om een consortium te vormen. Het magische woord subsidie heeft daar een belangrijke rol in gespeeld, geeft De Geus toe. ‘Als de term subsidie valt, krijgt je de partijen toch wat makkelijker aan tafel.’
Met zijn allen legden de deelnemers van het Iris-project zich toe op het in kaart brengen van de blinde vlekken in remote diagnostics. Dat zijn technologische uitdagingen zoals de connectie van machines met de buitenwereld, de constructie van intelligente centrales en het ontwikkelen van algoritmen om nuttige informatie uit data te halen. Maar – zo leerde het verleden – de blinde vlekken liggen vooral in de bedrijfsmatige aspecten. En die bleven deze keer niet onderbelicht. ‘Wat betekent het voor een bedrijf om van servicemodel over te stappen en dichter bij de klanten te staan? Want dat is toch uiteindelijk waar de implementatie van remote diagnostics op neer komt: het aanhalen van de banden tussen machinebouwer en klant. Je moet met businesscases komen die de toegevoegde waarde onderbouwen die de technologie belooft.’
Nu de toekenning definitief is, krijgen de Iris-partners tot eind 2008 de kans om hun ideeën over machinediagnose op afstand nader uit te werken. Geen moment te vroeg vindt De Geus, die persoonlijk heel wat jaartjes heeft moeten ‘doorbijten’ om tot dit resultaat te komen. ‘Het is broodnodig. Het verstevigt de concurrentiepositie van enkele in Nederland aanwezige OEM-bedrijven. Laten we niet vergeten dat deze grote jongens een heel netwerk van toeleveranciers uit het MKB in stand houdt.’
Die economische betekenis is een belangrijke reden geweest voor het toekennen van de subsidie, beaamt Gerard Westerhof van het ministerie van Economische Zaken desgevraagd. ‘Het Pieken in de Delta-programma is in het leven geroepen door het vorige kabinet in het kader van regionale ontwikkeling. Waar vroeger de nadruk werd gelegd op het inhalen van achterstanden, gaat het in het nieuwe initiatief meer op het stimuleren van reeds goed functionerende gebieden.’
Voor heel Nederland is een budget van 25 miljoen beschikbaar, te verdelen over zes regio’s met elk hun eigen speerpunten. Voor Zuidoost-Nederland geeft EZ vijf miljoen weg voor de tender die het ministerie vorig jaar uitschreef. Terwijl de andere zeventien voorstellen nog even moeten wachten op de uitslag, is Iris alvast uitgeroepen tot winnaar. De beoordelingscommissie was duidelijk gecharmeerd van de aanpak die remote diagnotics na vele gestrande initiatieven definitief op de Nederlandse kaart moet zetten. Westerhof: ‘Het project scoorde elf van de twaalf punten. Bepaald niet slecht.’
© Bits & Chips | Deze pagina op internet: http://www.bits-chips.nl/nieuws/bekijk/artikel/iris-project-sleept-subsidie-in-de-wacht.html