Wim de Romantische
3 april 2009
De column van Wim Hendriksen in Bits&Chips 2, 2009 lijkt zoals gewoonlijk te sluiten als een bus. Toch krijg ik, na het laten bezinken van zijn redenatie, het idee dat hij zich van zijn romantische kant laat zien. De vaker mank gaande vergelijking tussen wat wij software- en systeemarchitectuur noemen en wat de bouwwereld als architectuur is gaan bestempelen, klopt ook hier niet.
Wim geeft zelf al aan wat de risico’s zijn als een architect bouwkunst bedrijft in plaats van bouwkunde: oneindige meerkosten en een flink langere realisatietijd. In de hightech wordt hier - niet altijd, maar steeds meer - anders mee omgegaan. Inderdaad is architectuur op een aantal punten leidend, maar de architect van een printer, stepper of transportsysteem krijgt zelden of nooit de artistieke vrijheid die de ontwerper van het operagebouw in Sydney wel had. Doorlooptijd van een realisatietraject en begrenzingen aan de te maken kosten zijn meestal bij voorbaat al op hoofdlijnen vastgelegd en als beperking neergelegd bij de architect.
Er zijn uitzonderingen, maar alleen in markten als die waarin ASML acteert en waar ontworpen wordt rond technologieën die nog in ontwikkeling zijn. Elders worden we er al bij voorbaat op gewezen, zeker in deze tijd, dat systeemontwikkeling in een productorganisatie minder vrijheid kent dan een door de overheid gesubsidieerd prestigeproject. Overigens laten de perikelen rond de bouwactiviteiten in Beijing, voorafgaand aan de laatste Olympische Spelen, zien dat ook de bouwwereld minder vrijheden krijgt naarmate het commerciële belang toeneemt.
Natuurlijk zou ik graag als systeemarchitect iets neerzetten dat over honderd jaar nog bestaat, maar het kapitalistische marktmodel en de steeds snellere ontwikkelingen op technologiegebied vormen beperkingen in de vrijheid die ik daarin heb. Iets maken dat lang wordt gewaardeerd, is nog steeds mogelijk - denk aan de Boeing 747 of beter nog de Concorde; de kans dat het net zo lang in gebruik blijft als willekeurig welk antiek gebouw is zo goed als nul.
Een mooi voorbeeld vormt een Pacs-systeem waaraan ik een vijftal jaren als architect heb gewerkt. Dit was een pc-gebaseerde oplossing, waarvan na vier jaar al bleek dat ze niet zo schaalbaar was als gehoopt. Meerdere samenwerkende vestigingen van een ziekenhuis en andere vormen van beeldmateriaal naast röntgen leverden de nodige onvoorziene aanpassingen op. Integratie met een product van een aangekocht bedrijf ging al helemaal niet vanzelf: waar we gewend waren elke negen à tien maanden een nieuwe softwareversie op te leveren, duurde deze integratie ruim twee jaar.
Wat er nu, vier jaar na mijn vertrek, staat, weet ik niet, maar het zal ongetwijfeld nauwelijks nog herkenbaar zijn als hetgeen waaraan ik toen heb gewerkt. Als architect die vooruit moet kijken, trek ik me dit natuurlijk aan. Binnen de beperkingen die we toen kregen opgelegd, hebben we echter het juiste gedaan.
Ik verwacht dat we in de hightech op dit punt steeds meer te maken gaan krijgen met iets dat in de administratieve of enterprise-automatisering al veel nadrukkelijker aanwezig is: governance. Onder de vlag van governancemodellen wordt daar gewerkt aan beperking van kosten en verbetering van infrastructuur door een gerichte organisatorische en technologische visie neer te zetten, waaraan alles wordt onderworpen. Nog minder vrijheid, maar misschien wel een kans om iets blijvends achter te laten doordat we niet meer zo vaak opnieuw beginnen.
Angelo Hulshout
Terug naar overzicht