Visie zonder actie is een dagdroom
11 maart 2009
Het einde is nabij, beste lezers. Ik houd ermee op, schrijf bij dezen mijn laatste column voor Bits&Chips. Waarom stoppen? Ach, er zijn veel redenen te bedenken, maar uiteindelijk is er zoals altijd maar één echt aanwijsbare: ik begin mezelf te herhalen.
Deze conclusie en het daaraan verbonden besluit zullen misschien een opluchting zijn voor een aantal lezers. Inderdaad Hans, we weten nu wel hoe jij over het quasivakgebied denkt. Niet zo positief dus. Je blijft maar hameren op onvolwassenheid. Kun je er zelf eens iets aan doen in plaats van te mekkeren, zullen meerdere mensen zich weleens hebben afgevraagd? Een terechte vraag? Na een heerlijk kerstreces heb ik een keuze gemaakt voor twee initiatieven waar ik de komende jaren graag mijn ziel en zaligheid in wil stoppen. Hier komen ze, in willekeurige volgorde, en alle twee gebaseerd op een stelling.
Stelling 1: software-ingenieurs zijn onvoldoende opgeleid. Simpel, het verleden is het deeg dat we moeten kneden voor het brood van vandaag. Met enkele positieve uitzonderingen is het aanbod op hogescholen en universiteiten echter ondermaats, te weinig gericht op de praktijk. Bovendien zijn aanvullende praktijktrainingen in het algemeen te veel georiënteerd op technologie: programmeertalen en toolgebruik.
Er is naar mijn mening grote behoefte aan een coherent curriculum voor software-engineering (met certificering). Dit curriculum dient in te gaan op basisbegrippen en –concepten van software-engineering. Voorbeeld: een pionier in ons vakgebied is David Parnas. Reeds in de zeventiger jaren introduceerde hij concepten als cohesion, coupling en information hiding. Hij stelt dat deze begrippen de basis vormen voor objectgeoriënteerde talen. Helaas zijn er weinig mensen die deze concepten snappen en juiste toepassingen vormen een uitzondering, concludeert hij zelf.
Ik heb de moed genomen een aanzet te geven voor zo’n curriculum. Heldere uitleg van begrippen en concepten, aangevuld met zeer praktische oefeningen. Eind 2008 is het curriculum afgerond en het wordt vanaf dit jaar internationaal aangeboden. Ja, ook in Nederland. Ook wordt er met een Amerikaanse partner een pilot gestart om het curriculum online aan te bieden (e-learning).
Stelling 2: Softwareontwikkeling ontbeert een kwantitatieve benadering. Bij het doorlichten van projecten zal een vraag beginnend met ‘hoeveel’ zelden een gefundeerd antwoord opleveren. Belangrijke beslissingen zijn in het algemeen gebaseerd op kwalitatieve inschattingen, niet op kwantitatieve metingen. Daarnaast blijkt na wat graafwerk dat elke organisatie over een schat aan kwantitatieve informatie beschikt. En de geschiedenis is nu eenmaal een veel betere richtlijn dan goede bedoelingen.
In de laatste twee decennia heb ik in mijn advieswerkzaamheden een aantal belangrijke karakteristieken van succesvolle softwareorganisaties ontdekt. Het sleutelwoord hierbij is het gebruik van cijfers in besluitvorming: transparantie is hét teken van volwassenheid. Wat aan te vangen met deze kennis? Ik had me voorgenomen het nooit meer te doen. Nou, vooruit dan. Ik ben deze karakteristieken van succesvolle softwareorganisaties aan het beschrijven in een nieuw boek. Natuurlijk met veel praktijkvoorbeelden uit advieswerk. Wellicht dat een collega van het SEI bereid is mee te werken aan dit boek.Zo, dat was het dan: een afsluiting met twee provocatieve stellingen en twee initiatieven. U ziet, ik doe vanaf nu echt mijn best mijn steentje bij te dragen. Niet eens met deze afsluiting? Geen zorg, u zult geen columns meer terugvinden van mij in dit overigens hooggewaardeerde blad. Wel mee eens? Dan gaan we elkaar wellicht toch nog zien.
Hans Sassenburg
Terug naar overzicht