Vechten tegen windmolens
29 maart 2009
Eind mei organiseert de federatie van technologiebranches FHI opnieuw de tweejaarlijkes beurs Electronics&Automation. Het belooft een cruciale editie te worden, want de belangstelling voor dit evenement loopt sinds 2001 sterk terug. E&A is de opvolger van de beurs Industriële Elektronica uit 1997 en 1999. De eerste editie in 2001 was een ‘vierkantemeterbeurs’ waar tien tot vijftienduizend bezoekers werden verwacht. Er kwamen echter slechts 8500 mensen naar Utrecht. In de daarop volgende jaren bleef het bezoekersaantal dalen, van 6050 (2003) naar ruim 5000 (2005) en 4300 twee jaar geleden. Hoe heeft het zover kunnen komen?
Als ik de FHI-persberichten en het huisblad Signalement erop nalees, dan valt me op dat de federatie vooral in gevecht is met de grote boze buitenwereld. Na een tegenvallende E&A-beurs in 2001 valt in Signalement van november 2002 te lezen dat de FHI een alternatief wil bieden ‘voor de versnippering die dreigt door het groeiende aanbod van te kleinschalige beursjes in ons land’. Als in 2005 het bezoekersaantal weer is gedaald naar ruim 5000, meldt de FHI in een persbericht: ‘Het bestuur van deze branche beraadt zich momenteel over de vraag: hoe een halt toe te roepen aan de wildgroei van kleinschalige evenementjes welke versnipperend werken.’
Mij lijkt het bestrijden van kleine evenementen net zoiets als vechten tegen windmolens. Vooral als bezoekers en standhouders deze evenementen weten te waarderen. Is deze vraag niet belangrijker: hoe is E&A zodanig te verbeteren dat er meer hoogkwalitatieve bezoekers komen, waardoor exposanten meer business genereren?
Nu organiseert Techwatch, uitgever van Bits&Chips en Mechatronica Magazine, ook de kleinere evenementen waarnaar het FHI verwijst. Net als het Mikrocentrum, Hennie van der Most, WeAre en brancheverenigingen zoals de Feda. Mijn mening is dus partijdig. Dat is ook de reden waarom ik me lange tijd heb onthouden van commentaar op het FHI en zijn evenementen. De brancheorganisatie is echter een grote speler in het Nederlandse hightech ecosysteem. Grote spelers verdienen het om besproken te worden. Wie het niet met me eens is: dit is een open platform, elke ingezonden brief stellen we op prijs en publiceren we zonder censuur.
Een van de grootste fouten die de FHI mijns inziens heeft gemaakt, is dat het twee grote concurrerende beurzen neerzet. De FHI voegde in 2000 het thema industriële automatisering toe aan zijn grootste beurs, Het Instrument. In 2001 voegde de branchevereniging industriële automatisering bij zijn beurs Industriële Elektronica en zo ontstond Electronics&Automation. Enkele jaren later werd Industriële Elektronica een hoofdthema op Het Instrument. Resultaat: twee FHI-evenementen met beide een zware component IA en IE. Is het toevallig dat ook Het Instrument kampte met teruglopende bezoekersaantallen? Dit vierdaags evenement ontving in 2000 nog dertigduizend bezoekers, vorig jaar waren het er slechts achttienduizend.
De FHI zegt leden de mogelijkheid te willen geven om op beide beurzen te exposeren. Luisteren naar de wensen van leden is goed, maar de leiding zou er beter aan doen om uit te gaan van de wensen van potentiële bezoekers. Uiteindelijk hebben lidbedrijven baat bij kwalitatief goede evenementen. Met het schrappen van de componenten IE en IA uit Het Instrument krijgt zowel die megabeurs als E&A veel meer focus.
De FHI concurreert ook met zichzelf door kleinere themagerichte events te organiseren. Dát er sprake is van concurrentie laat het lezingenprogramma van E&A zien. Onderwerpen die het op zijn kleinere evenementen behandelt (zoals RF, ontwerp en technische software) komen er niet in voor, waardoor het E&A-programma een belangrijk deel van de doelgroep mist.
Rest dan nog de vraag: wat te doen met die andere vervelende kleine evenementen? Ik zou zeggen: if you can’t beat them, join them. De FHI zou bijvoorbeeld andere evenementen kunnen ondersteunen in ruil voor korting aan leden, ik noem maar wat. Het zou voor zijn leden waarde kunnen creëren door samenwerkingen aan te gaan. Ik weet zeker dat kleine partijen daar oren naar hebben. Het is natuurlijk een illusie om daar na deze column zelf enige hoop op te koesteren, maar ik opper het maar als een van de mogelijkheden. Goede deals zouden in ieder geval in het belang zijn van de FHI-leden.
René Raaijmakers
Terug naar overzicht