Buckyball is zijn eigen fotolak
31 maart 2009
Onderzoekers van de Umeå University hebben een methode toegevoegd aan het bestaande fabricagearsenaal van organische elektronica. Zij behandelden een organische film met laserlicht en kunnen vervolgens het niet-belichte gedeelte gemakkelijk wegspoelen met een oplosmiddel. Volgens de Zweden biedt de methode voordelen vergeleken met andere technieken om organische elektronica te maken. Printen, bijvoorbeeld, resulteert vaak in een niet-ideale morfologie, schrijven ze in het Journal of the American Chemical Society. En standaard lithografische technieken zijn niet altijd even zachtaardig voor de fragiele organische verbindingen.
Belichten en afspoelen, zo eenvoudig kunnen onderzoekers van de Umeå University een film van een buckyballverbinding patroneren.
De wetenschappers kozen het geleidende fullereen als uitgangsmateriaal. In ongemodificeerde vorm lossen deze buckyballen echter niet goed op. Daarom opteerden de Zweden voor een variant voorzien van een ‘staartje’ die de oplosbaarheid ten goede komt. Van deze verbinding maakten ze een film door middel van de standaard technieken drop- of spincasting. Belichting door een masker resulteert in een chemische reactie, maar alleen op de plekken waar het licht valt. Het product daarvan is onoplosbaar. Daarom kan het niet-belichte materiaal eenvoudig worden weggespoeld. Eigenlijk fungeert het geleidende fullereen dus als zijn eigen fotolak.
Volgens hoogleraar Ludvig Edman is zijn vinding op dit moment vooral conceptueel van belang. De elektronica die hij geprint heeft, blinkt namelijk niet uit in prestaties. ‘Met 10-2 cm2/Vs zijn ze niet geoptimaliseerd voor elektronenmobiliteit. Andere groepen komen minimaal een ordegrootte hoger en geprint silicium komt zelfs tot 10 cm2/Vs’, schrijft hij in een e-mail. Een ander nadeel is de belichtingstijd, die met minimaal vijftien minuten aan de hoge kant is.
De Zweden zijn nu bezig om CMos te maken met hun patroneringstechniek. Ze verwachten de resultaten daarvan binnenkort te publiceren.
Paul van Gerven
Terug naar overzicht